Skip to main content
februari 2024
M D W D V Z Z
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
26272829  

Functies

Binnen het gilde zijn er bepaalde functie’s die anders genoemd worden
als reguliere termen.
Ook zijn bepaalde functies afgevaardigden van commissies
die we binnen het gilde kennen.

Hoofdman – Voorzitter
Deken – schrijver (Eerste deken) – Secretaris
Deken – schatbewaarder (Tweede deken) –  Penningmeester
Vaandrig – Bestuurslid/afgevaardigde kleding commissie 
Cornet – Bestuurslid
Koning – Raadsheer*/afgevaardigde schietcommissie
Ere – Hoofdman – Raadsheer*

* zonder stemrechten

Hoofdman

De hoofdman werd voor het leven gekozen. Tegenwoordig is dit bij veel gilden teruggebracht tot een bepaalde periode, vaak vijf jaar.
De hoofdman is de baas van het gilde, de voorzitter van de broederschap. De hoofdman is onafzetbaar, tenzij het gaat om wangedrag, dan nog alleen bij volledige meerderheid van stemmen op een ledenvergadering.De hoofdman heeft een dubbele stem en kan wanneer er iets besloten is waarvan hij meent dat dit in het nadeel van het gilde, is hier zijn veto over uitspreken. Het bij bestuur of leden aangenomen voorstel wordt dan niet uitgevoerd.
Bij officiële gelegenheden is de hoofdman kenbaar aan zijn sikkelvormig borstschild. Ook draagt hij als teken van waardigheid een spies, zijnde de hoofd-manspiek.
In een optocht loopt de hoofdman in de nabijheid van de koning om met zijn spies het kostbare koningszilver te kunnen verdedigen. Bij het koningschieten opent de hoofdman met de afgevaardigde van de kerkelijke en geestelijke overheid de strijd met een paar schoten.

Deken Schatbewaarder

Bij ons gilde vervullen de dekens de taak van secretaris en penningmeester. De deken – schrijver, ook wel eerste deken genaamd, regelt het secretariaatswerk en vervangt de hoofdman bij afwezigheid. De deken – schatbewaarder, ook wel tweede deken genaamd, int de contributie en opgelegde boetes en regelt het geldverkeer.
Bij gilde Sint Sebastiaan was het vroeger het gebruik om op de derde Paasdag omstreeks negen uur in de morgen in de gildekamer bijeen te komen om een nieuwe deken te kiezen. De gildebroeder die dan niet aanwezig was werd een boete van twaalf stuivers opgelegd. De boetes voor leden van de overheid waren het dubbele van de boetes voor de gewone gildebroeders. Het eerste jaar was deze deken de jongste of tweede deken, en het tweede jaar oudste of eerste deken. Ook moesten zij op last van de hoofdman diegene uit de gildekamer verwijderen die de orde verstoren en de toegang weigeren aan hen die in de gildekamer niet werden gewenst.
Als iemand twee jaar deken is geweest trad hij automatisch af. Althans vroeger. Tegenwoordig worden deze regels niet meer gehanteerd. Iedere gildebroeder kan voor deze functie aangewezen worden, en wel voor de tijd van vier jaar. De dekens zijn de enige leden van de overheid die mee mogen koningschieten, hun taak is verenigbaar met het koningschap.

Deken-Schrijver

Cornet / standaardrijder

Een andere naam voor cornet is standaardrijder.
Wanneer een gilde uitrukt in vol ornaat rijdt de standaard-rijder voor het gilde uit. Hoog op zijn paard gezeten stuurt hij zijn paard in een slingergang over de weg. Hetwelk betekent “maak de weg vrij want het gilde komt eraan”.
Ook was het de taak van de standaardrijder om boodschappen over te brengen. Vroeger gebeurde dit vaker dan in deze tijd. Als de laatste spaan van de vogel gevallen is, spoedde de standaardrijder zich naar het huis van de nieuwe koning. Daar aangekomen vertelde hij de vrouw van de nieuwe koning het nieuws. Tegenwoordig is het gebruikelijk dat de vrouwen tijdens het schieten van koningsvogel ook op het schietterrein aanwezig zijn.
Bij gildefeesten wordt door alle gilden die een standaardrijder hebben in de optocht de slingergang, (alpheris) gereden. Op het feestterrein wordt om prijzen gereden. Zij rijden dan een verplicht parkoers door vlaggetjes aangegeven in stap en in draf. Hiervoor krijgen zij punten, evenals voor de algemene indruk. Het voeren van een standaard is een eeuwenoud privilege van de gilden. Normaal voeren alleen leden van een regerend vorstenhuis of een bevelvoerend generaal een standaard.
Onze standaardrijder is sinds 2011 niet meer aanwezig op zijn paard, maar loopt gewoon mee met zijn vaandel.

Vaandrig en het vaandel

Het vaandel waarop de schutspatroon is afgebeeld, wordt gedragen door de vaandrig die in de optocht volgt na de tamboers en vendeliers. In vroeger eeuwen was het vaandel vaak een geschenk van de landvoogd of van de Heer van de Heerlijkheid. Vaak werd er zijn wapen ook in afgebeeld.
Zo ziet men op oude vaandels uit de Bourgondische Tijd de Franse lelie meestal in de hoeken van het vaandel.
In oude Sint Sebastiaansvaandels komt vaak een kruis voor met vlammen in de hoeken van dezelfde kleur als het kruis.
Men zegt dat zulks een overblijfsel is uit de tijd van de kruisvaarders. Er wordt verondersteld dat er gilden hebben deelgenomen aan de kruistochten. Het wapen van Jeruzalem heeft in die tijd eenzelfde vlammend kruis gevoerd.
Bij gildefeesten is er bijna altijd een tentoonstelling van attributen, hier zijn dan behalve gildevaandels ook gildezilver en hoofdmanspieken te bewonderen.

Gildekoning en oud-koning

Gildekoning

Het vaandel waarop de schutspatroon is afgebeeld, wordt gedragen door de vaandrig die in de optocht volgt na de tamboers en vendeliers. In vroeger eeuwen was het vaandel vaak een geschenk van de landvoogd of van de Heer van de Heerlijkheid. Vaak werd er zijn wapen ook in afgebeeld.
Zo ziet men op oude vaandels uit de Bourgondische Tijd de Franse lelie meestal in de hoeken van het vaandel.
In oude Sint Sebastiaansvaandels komt vaak een kruis voor met vlammen in de hoeken van dezelfde kleur als het kruis.
Men zegt dat zulks een overblijfsel is uit de tijd van de kruisvaarders. Er wordt verondersteld dat er gilden hebben deelgenomen aan de kruistochten. Het wapen van Jeruzalem heeft in die tijd eenzelfde vlammend kruis gevoerd.
Bij gildefeesten is er bijna altijd een tentoonstelling van attributen, hier zijn dan behalve gildevaandels ook gildezilver en hoofdmanspieken te bewonderen.

Oud-koning

Sinds 2013 heeft het gilde ook de functie oud-koning gecreeërd. De reden was dat het koningsvest te vol kwam te hangen met koningschilden, dus hebben we ze over twee vesten verdeeld.
De oud-koning, dit is de voorlaatste koning, draagt zijn eigen koningschild op de plaats waar bij de koning het medaillon hangt. Hij loopt tijdens een optocht of andere gelegenheid waarbij het gilde uittrekt naast de huidige koning. De oud-koning heeft geen zitting in de overheid.

Tamboers

Tamboers lopen in de optocht achter de standaardrijder.
In vroegere tijden was er slechts een tamboer. Met hun eenvoudig tromgeroffel kondigen zij aan dat het gilde in aantocht is. Op de door hen geslagen marsen gaan de gildenbroeders, (het gilde gaat en loopt niet in de maat).
Een gildetrom is een dieptrom, en niet zoals vaak tegenwoordig wordt gebruikt een normale muziektrom.
De tijd dat men gilden vooraf zag gegaan door een complete drumband of tamboerkorps komt gelukkig steeds minder voor. Het was in strijd met de oude gebruiken van het gildewezen. Op wedstrijden komt het er vooral op aan in de pas te lopen en de hoeken van het aangegeven parcours goed te lopen, en het goed slaan van een verscheidenheid van roffels en slagen.
Bij het Sebastiaansgilde was vroeger het gebruik, dat een lid zijn zoon voor een bepaalde hoeveelheid bier of geld tamboer kon laten worden. Hiervoor bestond in oude condities een voorschrift dat de trom tot trouwens toe werd verkocht. Hoewel de tamboer geen lid was van het gilde, ontving hij bij het koningschieten een beloning.
Deze beloning was het bedrag wat op de tinnen schaal bij de koningverschieting door de gildebroeders geofferd werd. Ook was hij verantwoordelijk voor de plaatsing van de lappen op de doelen en de verwijdering daarvan bij het lot schieten.

Vendeliers

Het groepsvendelen, minstens vier vendeliers, is in feite het brengen van een groet. Deze groet mag alleen worden gebracht aan geestelijke en wereldlijke autoriteiten en aan de eigen koning en hoofdman.
Wanneer de vendelgroet wordt gebracht voor andere dan hiervoor genoemd personen, stelt diegene voor wie de vendelgroet gebracht wordt zich op naast de gildekoning of de hoofdman, omdat de groet aan hem gebracht wordt en de eer ervan afstraalt op de andere aanwezigen. Vroeger werd deze groet ook gebracht aan de landvoogd of aan de Heer van de Heerlijkheid. Het zwaaien van het vendel van rechts naar links van het hoofd en naar de voeten vereist een grote behendigheid en kracht. Het is een van de mooiste zo niet de mooiste uiting van het gildewezen. De oorsprong van het vendelen kan gezien worden als een overblijfsel van de Spaanse overheersing.
In het katholieke Spanje heeft elke vlek of dorp zijn alferi (vendelier) die bij processies of optochten op hoeken van de straten en op pleinen zijn vendel zwaait. Bij wedstrijden komt het er in de eerste plaats op aan gelijkmatig te zwaaien volgens een vast schema. De jury’s hebben bij de beoordeling geen gemakkelijke taak. Zij bezien in de regel de groep of de persoon van één zijde, en zelden gaat een van hen het optreden eens van een andere kant bekijken, waardoor men eventuele fouten beter kan constateren. Wanneer een vendelier acrobatiek draait is hij niet gebonden aan een schema, hij vendelt naar eigen goeddunken.
Vaak is het fantastisch wat deze mannen presteren.
Men ziet ongelofelijke staaltjes van wat er met een vaandel kan gebeuren. Het beste is de acrobatiek te vergelijken met de verdediging van het vaandel in vroeger tijden tijdens de oorlogsvoering. Als de vaandrig viel, stond direct een ander op zijn plaats, want het vaandel verloren, alles verloren.
Zo beelt de vendelier zijn strijd voor het vaandel uit tot de dood. Hij zal bij de beëindiging van een demonstratie meestal liggend op de grond, zijn vaandel oprollen.
De indeling bij wedstrijden is in drie klassen A, B en C. Men begint in de C klasse. Wanneer men een bepaald aantal keren een eerste prijs heeft behaald, promoveert men naar de B klasse. Evenzo is er in deze klasse promotie mogelijk naar de A klasse. Tegenwoordig behoeft men niet meer de eerste prijs te behalen om te promoveren, maar zijn het behalen van een vastgesteld aantal punten voldoende.

Gildebroeders

Volgens oud gebruik moest een gildebroeder gehuwd zijn, van onbesproken gedrag zijn en wonen in de plaats waar het gilde gevestigd was. Om lid te kunnen worden van de broederschap moest men zich aanmelden bij de hoofdman, die op één van de jaarlijkse teerdagen, dat verzoek aan de leden voorlegt. Alle aanwezige leden hebben het recht om te stemmen of de aangemelde persoon tot de broederschap kan worden toegelaten. Bij sommige gilden gebeurt dit met bonen. Een witte boon is voor, een bruine is tegen.
Bij meerderheid van stemmen kan hij al of niet aangenomen worden. Bij het staken van de tegenstemmen beslist de hoofdman, hij heeft immers het recht van een tweede stem.
Indien een persoon als gildebroeder aan genomen wordt moet hij de gelofte van trouw afleggen in de handen van de overheid. Tevens moest hij in het verleden intredegeld betalen. Gildebroeders moeten tijdens erediensten in de kerk zilvergeld offeren. Dit volgens een vastgesteld schema, de keizer, koning, hoofdman, deken – schrijver, deken – schatbewaarder, cornet, vaandrig ouderlingen en daarna de overige gildebroeders.
Van Pasen tot Bamis vond het lotschieten plaats, zij die daarvoor waren aangewezen waren verplicht zich met een pijl en een boog om vier uur zondags te melden, op straffe van drie stuivers.
Als een gildebroeder verhinderd was mocht hij een plaats-vervanger sturen, deze moest van onbesproken gedrag zijn.

Nar

De truc van de nar was eertijds de koning te vermaken, zoals het gebruik was aan het hof. In latere tijden poetste hij het schoeisel van de kijklustigen tijdens een optocht, waarvoor hij een vergoeding vroeg, dat vaak als drankgeld werd besteed.
Tegenwoordig worden de gelden die de nar ontvangt voor zijn bezigheden vaak bestemd voor liefdadige doelen, of afgedragen aan het gilde voor het in stand houden van het zilver. De nar is geen lid van het gilde. Vroeger werd deze persoon ook wel de knecht genoemd.

Niet functionele functies

In de loop van de jaren zijn er binnen het gildeook functies komen te vervallen of zijn niet invulbaar. Hieronder een overzicht van deze functies

Gildekeizer

Wanneer een koning drie maal achtereen de koningsvogel afschiet, kan hij keizer worden.
Hij wordt daardoor eigenaar van het zilver totdat het gilde dit heeft ingelost door het schenken van de drie keizersvogeltjes. Echter binnen ieder gilde kan men maar een koning, en ook maar een keizer hebben. Hij die zich voor de derde maal koning schiet kan deze waardigheid pas ontvangen, als er geen regerend keizer is, anders pas wanneer de regerende keizer overleden is of deze vrijwillig van de titel afstand doet. De keizer is meestal vrij van contributie. Bij het Sint Sebastiaansgilde is de keizer vrij gesteld voor de helft van de jaarlijkse contributie. Ook is hij tijdens zijn gehele periode van keizerschap raadsman van het gilde zonder stemrecht. De keizer is bij officiële gelegenheden te herkennen aan zijn keizerszilver, bestaande uit aan een keten gehangen zilveren keizersschild met daaraan drie zilveren papegaaitjes.

Schrijver

Deze werd voor het leven gekozen. Echter thans geldt er voor hem eenzelfde regel dan voor de hoofdman. Moderne opvattingen verplichten iedere vereniging een secretaris te hebben. Voorheen werd dit werk door de schrijver verricht, vaak heel gebrekkig.
Daarom is er vaak weinig van het gilde bekend.

Ouderlingen

Dit zijn de twee oudste gildebroeders, niet in leeftijd maar in gildejaren. Zij zijn de raadsheren van de hoofdman, omdat zij door hun lange staat van dienst grote ervaring hebben.

Jongerlingen

Dit zijn de twee jongste gildebroeders, eveneens niet in leeftijd, maar in gildejaren.
Soms zijn de ouderlingen en de jongerlingen bij officiële gelegenheden herkenbaar aan een sjerp met de opdruk van hun titel.